Anderhalf was ik en het middelpunt van de belangstelling op school. Weinig mensen geloven mij als ik vertel dat ik zó jong was op mijn allereerste schooldag. Overdag verbleef ik bij een onthaalmoeder wiens inwonende kleindochter naar het dorpsschooltje ging. Elke morgen huilde ik tranen met tuiten toen zij vertrok, om één of andere reden wou ik persé mee naar die school.
Dus, dachten mijn ouders, laten we het eens proberen...
De nonnetjes pruttelden eerst tegen: ‘Is die kleine wel al droog?’ ‘Moet zij niet slapen overdag?’ ‘Zal ze haar mama niet te veel missen?’ ‘Dit kindje is veel te jong!’
Alles liep perfect, die eerste schooldag. De nonnetjes zijn me nooit vergeten: ‘Je was zó klein toen je voor het eerst op school kwam... en zo’n braaf, lief kindje! Ja, ik was de schattige lieveling vanaf de eerste dag en ben dit steeds gebleven tijdens de basisschool. Immers, door lief en flink te zijn, zien de ‘Grote Mensen’ mij graag, leerde ik.
Ik klampte me toen vast de volwassenen op school. Toen reeds was ik angstvallig op zoek naar liefde, aandacht en bevestiging.
Terwijl thuis de hel losbarsste, hield ik me vast aan de gedachte: morgen kan ik terug naar school.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten